Het beroep van conservator-restaurateur

Het cultureel erfgoed kan verschillende statuten hebben: openbare of privé-verzamelingen, beschermde monumenten en hun inboedel, archeologisch patrimonium. 
De fundamentele taak van de conservator-restaurateur is het behoud, de conservatie en de restauratie van het cultureel erfgoed. Tevens draagt hij bij tot een beter begrip ervan, met respect voor de betekenis van de kunstwerken en hun fysieke integriteit.

 

Conservatie-restauratie is elke rechtstreekse of onrechtstreekse ingreep op een voorwerp of een monument, waarbij de materiële integriteit gewaarborgd wordt met respect voor de culturele, historische, esthetische en artistieke betekenis.

 

Het beroep van conservatie-restauratie kende een belangrijke evolutie. Van het herstellen van kunstwerken, vroeger toevertrouwd aan kunstenaars of ambachtslieden, is de conservatie-restauratie thans geëvolueerd naar een beroep met een wetenschappelijke aanpak: methodisch onderzoek, diagnose en documentatie. Deze methodologie met als doel het behoud, de conservering en de restauratie van het erfgoed wil het verval van kunstvoorwerpen vermijden, vertragen of herstellen.

 

Een ingreep van conservatie-restauratie doorloopt volgende noodzakelijke fasen: 

  • het initiatief van een conservatie-restauratieproject 
  • het vooronderzoek, de diagnose en de beslissing tot interventie 
  • de beschrijving van de werken en de goedkeuring van het dossier 
  • de uitvoering van de conservatie-restauratie 
  • constante controle en evaluatie van de ingreep 
  • documentatie 
  • onderhoud en preventieve conservering.

 

Niet alleen het beroep van conservatie-restauratie, maar ook de houding ten opzichte van het beschadigd kunstwerk en de behandeling evolueerde: de tendens gaat thans duidelijk in de richting van de minimale interventie op de originele materie.

 

Het onderwijs in conservatie-restauratie is tegenwoordig doeltreffend uitgebouwd met een vier- of vijfjarige opleiding op hogeschoolniveau. Er wordt in die gespecialiseerde vorming een evenwicht nagestreefd tussen theorie en praktijk en uiteraard worden de deontologische beroepsregels gevolgd.