De deontologische code

Intern reglement van de deontologische raad

goedgekeurd op de buitengewone algemene vergadering van 21 maart 2005

 
A. Opdracht:

Artikel 1:

De opdracht van de Deontologische Raad (DR) bestaat in:

a) het vervullen van een adviserende rol op het vlak van de deontologie van de Conservatie-Restauratie

b) het, op initiatief of op vraag van de Raad van Bestuur (RB), uitvoeren van elk nodig geacht onderzoek en reflectie teneinde de bescherming en de verbetering van de deontologische regels te verzekeren. Met dit doel kan ze een werkgroep deontologie in het leven roepen die de belangstellende leden groepeert en waarvan zij de activiteiten coördineert

c) het bevorderen van de collegialiteit en het waken over het respect voor de deontologie door de leden van de vereniging onderling en in de relaties met derden. Met name, poogt hij in het kader van de verplichte aanhangigmaking door een lid die een geschil heeft met een ander lid, voorafgaand aan elke juridische of vergelijkbare procedure, tot een minnelijke schikking te komen

d) het zonder uitstel melden aan de RB van elke schending of elk ernstig gebrek aan respect voor de Deontologische Code erkend door de vereniging (Ethische Code E.C.C.O.), hetzij wanneer de zaak ernstig is, hetzij wanneer de procedure tot minnelijke schikking, waarvan hierna sprake, mislukt.

 
B. Samenstelling:

Artikel 2 
De DR is samengesteld uit ZES effectieve en twee plaatsvervangende leden. Ze wordt elk jaar door de RB vernieuwd, gewijzigd of verlengd.

Artikel 3 
Drie effectieve leden worden, behalve in geval van overmacht, buiten de RB verkozen. 
De drie andere effectieve leden worden binnen de RB gekozen. 
De RB kiest eveneens twee plaatsvervangende leden. 
Elk lid wordt voor een hernieuwbare termijn van drie jaar benoemd. 
Het verlies van de bevoegdheid als lid van de RB heeft het verlies van het mandaat als lid van de DR tot gevolg.

Artikel 4 
De RB staat borg, behalve in geval van overmacht, voor de representatieve vertegenwoordiging van de leden van de DR voor wat betreft het taalevenwicht en de verschillende beroepsstatuten van de leden van de vereniging.

Artikel 5 
Om lid te worden van de DR is een anciënniteit van zes jaar in de vereniging vereist. Deze anciënniteit wordt op tien jaar gebracht vanaf 2011.

 
C. Procedure:

Artikel 6 
Bij hun infunctietreding leggen de leden van de DR de eed af ten overstaan van de voorzitter van BRK-APROA op volgende wijze:

“Ik zweer mijn opdracht in eer en geweten te zullen vervullen en de geheimhouding van de beraadslagingen en de behandelde dossiers te respecteren”.

De eed is bindend tijdens en na zijn mandaat binnen de DR. 
De leden van de DR kiezen een voorzitter en een vice-voorzitter. 
In geval van gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter, of bij afwezigheid, de stem van de vice-voorzitter doorslaggevend.

Artikel 7 
De klachten of vragen worden per brief overgemaakt aan de voorzitter van de DR, vergezeld van alle bewijsstukken en documenten, informatie en dossiers, met de bedoeling de DR maximaal in te lichten.

De DR stelt een onderzoek in naar de klacht; ze verzoekt de partijen om elke complementaire uitleg evenals om het voorleggen van alle noodzakelijke stukken.

In voorkomende gevallen zal de DR de betrokken persoon of personen oproepen. De leden van de vereniging zijn verplicht in te gaan op deze oproep.

Artikel 8 
De eerste doelstelling van de DR bestaat erin tot een minnelijke schikking tussen de partijen te komen. 
Bij ontstentenis ervan, maakt de DR de aanbevelingen die ze nuttig acht over aan de verschillende partijen.

Artikel 9 
Bij vaststelling van het niet nakomen of bij overtreding van de deontologische regels van het beroep kan de DR een waarschuwing aan het lid richten, hem uitnodigen zijn houding te veranderen of de toestand in der minne te regelen.

Artikel 10 
In geval de overtreding blijft voortduren, bij herhaling of ernstige overtreding zal de DR verslag uitbrengen bij de RB die als enige bevoegd is hieraan disciplinair gevolg te geven zoals voorzien in de statuten.

De beslissingen en adviezen van de DR in het kader van de procedure tot minnelijke schikking, zoals gedefinieerd in de voorafgaande artikels, blijven geheim, behalve in geval van herhaling of ernstige fouten waarbij de DR de feiten zal meedelen aan de RB teneinde deze toe te laten eventuele statutaire tuchtmaatregelen aan de Algemene Vergadering (AV) voor te stellen.

Alle documenten betreffende beslissingen en adviezen worden, onder het zegel der geheimhouding, gearchiveerd en bewaard door de DR, onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter van de DR.

Artikel 11 
De leden van de DR zijn gebonden aan een verplichting van volstrekte geheimhouding, alsook aan een discretieplicht aangaande de procedures en de beslissingen in verband met disciplinaire maatregelen, zelfs na beëindiging van hun opdracht.

Het niet nakomen van deze plichten zal met uitsluiting uit de DR, uitgesproken door de RB, bestraft worden. 
De voorzitter van de DR kan zelfs, in afwachting van de beslissing van de RB, maatregelen nemen tot onmiddellijke schorsing uit de DR.

Bovendien kan, naargelang de ernst van de nalatigheid, de uitsluiting uit de vereniging voorgesteld worden conform artikel 8 van de statuten, ongeacht de schadeloosstelling die door de benadeelde geëist wordt.

Artikel 12 
Elk lid van de DR die zich in een belangenvermenging of -conflict met een van de betrokken partijen bevindt dient zich terug te trekken. Hij wordt vervangen door een plaatsvervangend lid, indien mogelijk van dezelfde taalgroep.

Artikel 13 
De DR zal een jaaroverzicht van haar werkzaamheden aan de RB meedelen met de strikte naleving van haar plicht tot discretie.